De Legende van Zelda
Het begon allemaal zo mooi! Dat prachtige meertje, dat bos met die vogeltjes en eekhoorntjes, de licht effecten van de lantaarn in de donkere gangetjes, het was (is) allemaal zó mooi! Ik was gelijk helemaal verslaafd. Vooral toen ik met de Forest Temple aan het frutselen was. Het was weer een echte Zelda gewoon. De leuke puzzeltjes, de boomerang (die je op vijf verschillende punten kon locken) en de schattige aapjes! En ook weer het nostalgische geluidje dat je hoort als je een puzzel opgelost hebt en daarmee toegang tot een nieuw stuk van de tempel vrij speelt. Ik wil hem nog steeds als sms-toon op m’n telefoon.
Na de Forest Temple begint het spel. Dan ren je het eerste stuk van Hyrule Field op en ben je blij. Ik was in ieder geval heel erg blij! Het leek allemaal zo groots. En dat is het op zich ook wel, maar toch valt het uiteindelijk wat tegen. In het begin kom je zoveel toffe characters tegen. Het verhaal lijkt te ingewikkeld om te kunnen bevatten, vooral met de Twilight Realm er ook nog is bij. Dat extreem grote Hyrule heeft gewoon een alternatieve versie! Dus twee keer zo groot. Ik voelde me opeens heel klein toen ik me dat bedacht. Vooral omdat ik moest rennen en dus niet op de rug van Epona kon luieren om een beetje met de teugels te hannesen. Maar hoe verder het verhaal vordert, hoe minder gedetailleerd het allemaal wordt. De stadjes worden vrij simpel. Allemaal characters die niet veel te zeggen hebben. Het werd allemaal wat minder. Het was wel echt wel cool allemaal. Je doet zoveel dingen. Ik heb gevist, gesnowboard, geraft (met een bootje op een wilde rivier
), gesumoworsteld, schapen gehoed, geursporen gevolgd, nog meer gevist en uiteraard heel veel gepuzzeld, gevochten en bosses verslagen. Het was echt heel tof. Maar(!), het was te makkelijk. De puzzels knalde ik zo doorheen, standaard Zelda spul (if everything else fails, try a bomb!
), en de bossfights waren geen uitdaging. Even je nieuwe itempje gebruiken en vervolgens zo veel mogelijk schade aanrichten op de zwakke plek. Je knalt er echt zo doorheen. En dat was echt heel jammer.
SPOILER! (Boyd en Jonas, stop hier maar
)
En dan het eindgevecht met Ganondorf. Ganondorf is cool. Hij heeft er in nog geen enkel Zelda spel zo goed uitgezien als in TP. Hij is echt pure evil, en dat klopt ook gewoon. In Ocarina of Time was het ook echt walgelijk om hem te verslaan, en ik moet eerlijk zeggen dat ik het zelf niet eens heb gedaan :$ (ik zat naar Bob te kijken die met het zweet op z’n voorhoofd zat te ploeteren en het uiteindelijk deed, ik was nog jong). Het zag er zo indrukwekkend uit en ik vond Ganondorf zo cool! In Wind Waker was hij ook weer geniaal! Ondanks de Cell-shaded graphics was Ganondorf weer zó tof! En dan vooral het gevecht zelf, twee zwaarden… geweldig. In TP was het gevecht ook geweldig. Dit keer in vier fasen opgedeeld. Zoals het ook eigenlijk hoort bij een echt ‘eindgevecht’. Alleen het was niet moeilijk! Totaal geen frustraties, gewoon even uitvinden hoe met nou moet en huppekee! Ik ben 1 keertje doodgegaan omdat ik het even niet wist, niet omdat het moeilijk was. Echt heel zonde.
Ondanks dat het te makkelijk was, was het wel een echte Zelda. Ik ben ook trots op m’n 52 uur die ik erin gestoken heb en ga zeker nog even door om nog wat extra dingetjes te zoeken. Ik denk dat we het maar even bij Ocarina of Time + moeten houden. Want dat was bij deze Zelda echt wel het geval. En nu maar hopen dat de nieuwe Zelda voor de Wii wél de beste Zelda ooit wordt!
Latertje
